minderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min·de·ren

Zelfstandig naamwoord

minderen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mindere

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.