militie
Uiterlijk
- mi·li·tie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘krijgsmacht gelicht uit de bevolking’ voor het eerst aangetroffen in 1795 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | militie | milities |
| verkleinwoord |
de militie v
- (militair) politiek geïnspireerde militaire organisatie waarin veel burgers en vrijwilligers deelnemen
- In een burgeroorlog heb je vaak elkaar bestrijdende milities.
- ▸ Op die bloedhete dag in 1995 viel zijn Bosnisch-Servische militie hun villa binnen.[2]
- ▸ Emil zat vastgebonden in de open jeep van de militie en moest toekijken hoe zijn familie levend werd verbrand.[2]
- Het woord militie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "militie" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "militie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2 “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be