mietjesachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • miet·jes·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mietjesachtig mietjesachtiger mietjesachtigst
verbogen mietjesachtige mietjesachtigere mietjesachtigste
partitief mietjesachtigs mietjesachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

mietjesachtig

  1. een man die voorzichtig is en niet stoer
    • De mietjesachtige man durfde niet mee te doen aan de stierenrennen van Pamplona. 

Gangbaarheid