midzomer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·zo·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord midzomer midzomers
verkleinwoord midzomertje midzomertjes

Zelfstandig naamwoord

midzomer m

  1. periode van het midden van de zomer
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie