middelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mid·de·len

Zelfstandig naamwoord

middelen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord middel
Verwante begrippen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
middelen
middelde
gemiddeld
zwak -d volledig

Werkwoord

middelen

  1. overgankelijk het gemiddelde nemen van een reeks getallen
    • Ik middel de beschikbare gegevens over een vrij lange periode. 
    • Bij meten is het verstandig meermalen te meten en de resultaten te middelen. 
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.