Naar inhoud springen

middelen

Uit WikiWoordenboek
  • mid·de·len

demiddelenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord middel
     De staat fourneert ook de middelen voor transport voor een groep die een bepaalde reis maakt.[1]
     Weliswaar bleek dat bacteriën resistent konden worden tegen antibiotica, maar nieuw ontwikkelde middelen leken dat probleem effectief te kunnen pareren.[2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
middelen
middelde
gemiddeld
zwak -d volledig

middelen

  1. overgankelijk het gemiddelde nemen van een reeks getallen
    • Ik middel de beschikbare gegevens over een vrij lange periode. 
    • Bij meten is het verstandig meermalen te meten en de resultaten te middelen. 
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]
  1. Hans Achterhuis
    “De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9026315244
  2. Roel Coutinho
    “Epidemieën en pandemieën” (2020), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310592
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be