mictie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Uit het Frans miction (uit het Laat- of Middeleeuws Latijn mictio), overgenomen in de tweede helft van de 19e eeuw.
Woordafbreking
  • mic·tie

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord mictie micties
verkleinwoord

mictie

  1. (medisch) het lozen van urine
     Patient bracht voor HARLEY twee monsters urine mede, een van 9 u. des morgens , dat volkomen normaal was en een ander van 2 u. des namiddags, donker-rood van kleur, geloosd ongeveer een uur nadat hij door koude rillingen overvallen was. De urine-secretie was gewoonlijk eerst na de derde mictie weder normaal.[1]
Vertalingen

Gangbaarheid

23 % van de Nederlanders;
18 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 5 december 2020 Weblink bron Pieter Cornelis van Rossem “Paroxysmale haemoglobinurie”, dissertatie (1877), Weduwe G. Hulst Van Keulen, Amsterdam, p. 12 op delpher.nl op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be