microchip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·cro·chip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord microchip microchips
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

microchip m

  1. (informatica) een klein stukje halfgeleiderkristal waarop geïntegreerde circuits zijn aangebracht, (chip betekenis 2)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie