Naar inhoud springen

meuren

Uit WikiWoordenboek
  • meu·ren
  • In de betekenis van ‘slapen’ voor het eerst aangetroffen in 1978 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meuren
meurde
gemeurd
zwak -d volledig

meuren [2]

  1. inergatief (informeel) (dysfemisme)  slapen ww  [1]
    • Hij ligt vast nog in bed te meuren. 
  2. inergatief (informeel) (dysfemisme) een onaangename geur hebben,  stinken ww 
    • de uitdrukking 'uit de bek meuren' wordt door Youp van 't Hek graag in de bek genomen 
    • Op de foto stonden 27 naar Axe meurende Kevins van het FvD. [3] 
90 %van de Nederlanders;
34 %van de Vlamingen.[4]