mettertijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • met·ter·tijd
Woordherkomst en -opbouw
  • Eigenlijk de vaste woordgroep met der tijd (waarin der een versteende datief vrouwelijk enkelvoud is). Gelijkaardige constructies komen voor in de meeste Europese talen.

Bijwoord

mettertijd

  1. na verloop van (een zekere) tijd
    • Hij was een goede leerling, maar mettertijd nam het leven een andere wending voor hem. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be