metrage
Uiterlijk
- me·tra·ge
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | metrage | metrages |
| verkleinwoord |
de metrage v
- de lengte en oppervlakte van iets uitgedrukt in meters
- ▸ Ook de genoemde metrages kunnen niet juist zijn. Die strandhuizen zouden tot 3600 m2 groot worden, met slaapkamers tot wel 300 m2! Juist: op het strand van een schiereilandje zo groot als Texel bouwt de Europese ‘überklasse’ vakantiehuizen zo groot als vliegtuighangars met slaapkamers waar drie eengezinswoningen in kunnen.[2]
- ▸ Vroeger was het een verbindende factor. Een gespreksonderwerp. Kon je het met elkaar hebben over de netto vierkante metrage van een flat in Diemen-Zuid, of de mogelijkheden tot uitbouw van een herenhuis in Kralingen, en als verslaafden onder elkaar termen in het gesprek werpen als: 'Dan zit je wel met je erfpachttermijn.'[3]
- Het woord metrage staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "metrage" herkend door:
| 56 % | van de Nederlanders; |
| 45 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ metrage op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron “Ruifgedrag” (16/10/2009), HP de Tijd - ↑
Weblink bron “Funda gebruikt nu zelf ook het woord Funda-verslaving, en dat vindt Aaf niet cool” (16 januari 2018), de Volkskrant - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be