meterkast

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ter·kast
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meterkast meterkasten
verkleinwoord meterkastje meterkastjes

Zelfstandig naamwoord

meterkast v/m

  1. Kast meestal naast de voordeur van een huis met de gas- water- en elektriciteitsmeter.
    • In de meterkast komen meestal ook telefoon- en cai- en glasvezelkabel het huis binnen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be