meteorologisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·te·o·ro·lo·gisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meteorologisch meteorologischer
verbogen meteorologische meteorologischere
partitief meteorologisch meteorologischers -

Bijvoeglijk naamwoord

meteorologisch

  1. betrekking hebbend op de meteorologie
    • Meteorologische statistieken tonen aan dat het klimaat opwarmt. 
    • het weer is vaak mooier in de uren voordat de zon opkomt, helderder, zachter en vriendelijker; ik neem aan dat daar een meteorologische verklaring voor is[1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Harstad, Johan Max, Mischa & Het Tet-offensief 2017 ISBN 9789057598494 pagina 13
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be

Duits

Bijvoeglijk naamwoord

meteorologisch

  1. meteorologisch, weerkundig.