meteoriet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·te·o·riet
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels meteorite; afgeleid van meteoor met het achtervoegsel -iet (2)[1]
enkelvoud meervoud
naamwoord meteoriet meteorieten
verkleinwoord meteorietje meteorietjes

Zelfstandig naamwoord

meteoriet m

  1. uit de ruimte afkomstige steen
    • Het voorwerp dat in januari met hoge snelheid neerstortte in de Noord-Hollandse plaats Broek in Waterland blijkt een meteoriet te zijn geweest. [2] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen