messenger RNA

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mes·sen·ger RNA
enkelvoud meervoud
naamwoord messenger RNA -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

messenger RNA o

  1. (biochemie) vorm van RNA, welke als 'boodschapper' twee processen met elkaar verbindt: de transcriptie, waarbij een stuk DNA (een gen) overgeschreven wordt tot mRNA, en de translatie, waarbij het mRNA wordt vertaald naar een keten van aminozuren (een eiwit)

Gangbaarheid

Meer informatie