merkten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • merk·ten

Werkwoord

vervoeging van
merken

merkten

  1. meervoud verleden tijd van merken
    • Wij merkten. 
    • Jullie merkten. 
    • Zij merkten.