merket

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Noors

Woordafbreking
  • mer·ket
Naar frequentie 1896

Werkwoord

merket

  1. verleden tijd van merke
  2. voltooid deelwoord van merke
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

merket, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van merke


Nynorsk

Woordafbreking
  • mer·ket

Zelfstandig naamwoord

merket, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van merke