merkbaar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • merk·baar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen merkbaar merkbaarder merkbaarst
verbogen merkbare merkbaardere merkbaarste
partitief merkbaars merkbaarders -

Bijvoeglijk naamwoord

merkbaar

  1. een verandering waarvan je de gevolgen kunt ervaren, waarneembaar
    • Het nieuwe computerprogramma gaf geen merkbare verbetering in de stabiliteit van het systeem. 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.