merel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·rel
enkelvoud meervoud
naamwoord merel merels
verkleinwoord mereltje mereltjes

Zelfstandig naamwoord

merel v/m

  1. (vogels) Turdus merula op Wikispecies, een zwarte zangvogel met een gele snavel die familie is van de lijster
    • Wij hebben de laatste tijd veel merels in de achtertuin. 
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie