mensenleven

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • men·sen·le·ven
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mensenleven mensenlevens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mensenleven o

  1. (medisch) het levend blijven van een mens
    • Zorgen dat mensen niet doodgaan, het redden van mensenlevens, is een doelstelling van artsen. 
    • Door de natuurramp zijn veel mensenlevens verloren gegaan. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie