menselijkheid
Uiterlijk
- Geluid: menselijkheid (hulp, bestand)
- IPA: /ˈmɛnsələkɦɛjt/
- men·se·lijk·heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | menselijkheid | menselijkheden |
| verkleinwoord | - | - |
de menselijkheid v
- een eigenschap, die door de menselijke natuur bepaald is
- in het bijzonder de positieve eigenschappen van sommige mensen: menslievendheid, humaniteit
- ▸ Koning Willem-Alexander en koningin Máxima zeggen "diep getroffen" te zijn door zijn dood. "Vanuit een rotsvast geloof in Gods liefde pleitte hij voor mededogen en menselijkheid. Sober en eenvoudig levend koos hij steeds de kant van de kwetsbaren en behoeftigen."[1]
- iemand met menselijkheid behandelen
- menselijkheid is een eigenschap
- gelet op de betekenis van menselijkheid, in plaats van misdaden tegen de menselijkheid, zou men het beter hebben over misdaden tegen de mensheid of oorlogsmisdaden.
- Het woord menselijkheid staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "menselijkheid" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑
Weblink bron “Bedroefde reacties op dood van paus: 'Miljoenen mensen geïnspireerd'” (21 april 2025), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -heid in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %