meldkamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

meldkamer voor Ambulance, Brandweer en Politie
Uitspraak
Woordafbreking
  • meld·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meldkamer meldkamers
verkleinwoord meldkamertje meldkamertjes

Zelfstandig naamwoord

meldkamer v/m

  1. plaats waar 24 uur per dag 7 dagen per week burgers hulpverzoeken kunnen indienen en vanwaaruit de hulpverleners worden aangestuurd
    • Het is de warmste 7 september in honderd jaar. Vier agenten horen ’s middags van de meldkamer over een mogelijke suïcide. Voor de deur in de Wagenaarstraat praat de vaste begeleider hen bij. Ze horen over een jongen die veel en alleen thuis zit. Dat de jongen twee dagen eerder heeft gedreigd zijn begeleider neer te steken. Dat er mogelijk messen in huis zijn, maar dat de jongen altijd alleen verbaal agressief is geweest. Een agent trekt in het systeem zijn antecedenten na. Cyp is alleen een paar keer vermist geweest. [1] 
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Freek Schravesande 3 maart 2017