melanoom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·la·noom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord melanoom melanomen
verkleinwoord melanoompje melanoompjes

Zelfstandig naamwoord

melanoom ; o

  1. (medisch) kwaadaardig gezwel v.d. huid (uitgaand van moedervlek)
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be