meita

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Oudnoords

Woordafbreking
  • mei·ta
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meita
meitar
meitaði
meitat
Klasse 1 zwak volledig

Werkwoord

meita

  1. snijden (manen, baard)
Verwante begrippen