meinedige

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mein·edi·ge
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meinedige meinedigen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

meinedige m

  1. persoon die een afgelegde eed gebroken heeft

Bijvoeglijk naamwoord

meinedige

  1. verbogen vorm van de stellende trap van meinedig
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.