meetpen
Uiterlijk
- meet·pen
- samenstelling van meet ww en pen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | meetpen | meetpennen |
| verkleinwoord | meetpennetje | meetpennetjes |
- (techniek) (elektronica) de stift van het meetsnoer van een meetapparaat, die in contact wordt gebracht met het te meten punt
- De meetpen van een voltmeter.
- Het woord 'meetpen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.