meertalig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meer·ta·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van meer en taal met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen meertalig
verbogen meertalige

Bijvoeglijk naamwoord

meertalig

  1. gerelateerd aan meedere talen
    In Friesland hangen meertalige plaatsnaamborden.
  2. (persoon) meerdere talen sprekend
    Voor deze functie zoeken we iemand die meertalig is.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie