meermalen
Uiterlijk
- meer·ma·len
- Afgeleid van meermaal
meermalen
- bij een aantal gelegenheden
- Hij heeft dat meermalen beweerd, maar nooit bewezen.
1. bij een aantal gelegenheden
de meermalen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord meermaal
- Het woord meermalen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "meermalen" herkend door:
| 91 % | van de Nederlanders; |
| 62 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be