meerijs

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meer·ijs
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meerijs -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

meerijs o

  1. (meteorologie) ijs gevormd op het oppervlak van een meer
    • Als ik meereis over het meerijs, spreek ik dan meerijs uit als meereis? 
Vertalingen

Gangbaarheid