meerduidig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meer·dui·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van meer en de stam van duiden met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meerduidig meerduidiger meerduidigst
verbogen meerduidige meerduidigere meerduidigste
partitief meerduidigs meerduidigers -

Bijvoeglijk naamwoord

meerduidig

  1. dubbelzinnig, iets wat meer dan één betekenis heeft
    Het begrip officiële taal is meerduidig. Hoewel zeer veel gebruikt, heeft het noch in België, noch in Nederland een juridische status.