meerduidig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meer·dui·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van meer en de stam van duiden met het achtervoegsel -ig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen meerduidig meerduidiger meerduidigst
verbogen meerduidige meerduidigere meerduidigste
partitief meerduidigs meerduidigers -

Bijvoeglijk naamwoord

meerduidig

  1. dubbelzinnig, iets wat meer dan één betekenis heeft
    • Het begrip officiële taal is meerduidig. Hoewel zeer veel gebruikt, heeft het noch in België, noch in Nederland een juridische status. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be