meeps
Uiterlijk
- meeps
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | meeps | meepser | meepst |
| verbogen | meepse | meepsere | meepste |
| partitief | meeps | meepsers | - |
meeps
- (verouderd) met een gebrekkige gezondheid
- Hij was een meepse jongen die veel moest hoesten.
- (verouderd) licht gebouwd en daardoor kwetsbaar
- Zij hield een meeps vogeltje voorzichtig in haar hand.
- Het woord 'meeps' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.