meen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meen

Werkwoord

vervoeging van
menen

meen

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van menen
    • Ik meen. 
  2. gebiedende wijs van menen
    • Meen! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van menen
    • Meen je? 


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
mear

meen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van mear
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van mear