meelevend
Uiterlijk
- mee·le·vend
- meeleven met de uitgang -d
| vervoeging van: | meeleven |
| verbogen vorm: | meelevende |
méélevend
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | meelevend | meelevender | meelevendst |
| verbogen | meelevende | meelevendere | meelevendste |
| partitief | meelevends | meelevenders | - |
meelévend
- gevoel van verbondenheid tonend
- (religie) actief betrokken bij een kerkgenootschap
- Het woord meelevend staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "meelevend" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Klemtoonhomogram in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Onvoltooid deelwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %