meegaandheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mee·gaand·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meegaandheid
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

meegaandheid v [1]

  1. van een persoon dat deze makkelijk anderen hun zin geeft en met hen meewerkt
     Levin had wel meer opgemerkt dat mensen, met wie men zich niet op zijn gemak voelt door hun al te grote welwillendheid en meegaandheid, heel spoedig ondraaglijk worden door hun al te veeleisende, uitdagende houding.[2]
     De wetenschappers van de universiteit van Edinburgh bestudeerden hiervoor 18 jaar lang de persoonlijkheid van 298 gorilla's in Noord-Amerikaanse dierentuinen. De gorilla's werden beoordeeld op menselijke karaktereigenschappen als dominantie, nervositeit en meegaandheid.[3]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Lev Tolstoj (vert. Wils Huisman) op WikipediaAnna Karenina” op Wikipedia (1877), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028276062
  3. Bronlink geraadpleegd op 25 maart 2022 Weblink bron Mirjam van Putten “Extraverte gorilla's leven langer” (06-12-2012), Tubantia