mediator

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mediator mediatoren
mediators
verkleinwoord mediatortje mediatortjes

Zelfstandig naamwoord

mediator m

  1. (beroep) iemand die medieert, een bemiddelaar
  2. (medisch) hulpmiddel
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. www.nos.nl (19-jul-2019)
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be