mediator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·di·a·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mediator mediatoren
mediators
verkleinwoord mediatortje mediatortjes

Zelfstandig naamwoord

mediator m

  1. (beroep) iemand die medieert, een bemiddelaar
  2. (medisch) hulpmiddel
Synoniemen
Verwante begrippen


Meer informatie