medewerking
Uiterlijk
- Geluid: medewerking (hulp, bestand)
- IPA: / ˈmedəˌwɛrkɪŋ / (4 lettergrepen)
- me·de·wer·king
- Naamwoord van handeling van medewerken met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | medewerking | - |
| verkleinwoord | - | - |
de medewerking v
- het medewerken
- ‘tot op heden is in geen enkel westers land een autoritaire, rechts-populistische partij of politicus aan de macht gekomen zonder de medewerking van gevestigde conservatieve elites.’[2]
- ontwikkelingssamenwerking, samenwerken, samenwerkingsbeginsel, samenwerkingsbereidheid, samenwerkingsmogelijkheid, samenwerkingsproces
1.
- Het woord medewerking staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "medewerking" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ d66.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -ing in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %