medeburger

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·de·bur·ger
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord medeburger medeburgers
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

medeburger m

  1. iemand die ook burger is van dezelfde stad of hetzelfde land
    •  
Synoniemen
  1. landgenoot, stadsgenoot

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.