matriarch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

de matriarch met haar kleinkind
Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·tri·arch
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord matriarch matriarchen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

matriarch v

  1. een - meest oudere - vrouw, die leiding heeft over een groep, vaak van haar afstammende personen
    • De stokoude matriarch zelf, die al elf Britse premiers overleefde, zit in het exacte middelpunt van de foto. Volledig in control. Ze hypnotiseert ons, ze fluistert: ik blijf eeuwig bestaan, via de repeterende breuk van kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. [1] 
Antoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC 25 april 2016