Naar inhoud springen

matje

Uit WikiWoordenboek
  • mat·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord matje matjes

hetmatjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord mat
     Ontspannen lag hij op zijn matje met een pruttelend potje aardappelpuree op zijn gasbrander.[3]
  2. alleen verkleinwoord kapsel waarbij de de zijkanten van het haar meestal opgeschoren of kort zijn, maar de achterkant lang
    • Een matje was in de jaren tachtig erg populair. 
  3. alleen verkleinwoord (scheldwoord) ordinair, luidruchtig of wat agressief persoon
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. matje op website: Etymologiebank.nl
  2. matje op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be