matje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mat·je
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord matje matjes

Zelfstandig naamwoord

matje o dim. tant.

  1. een kapsel waarbij de de zijkanten van het haar meestal opgeschoren of kort zijn, maar de achterkant lang
    • Een matje was in de jaren tachtig erg populair. 
Uitdrukkingen en gezegden

Op het matje roepen.

  • Iemand ter verantwoording bij zich roepen.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

matje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord mat
Hyponiemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen