mat af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mat af
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afmatten

mat af

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van afmatten
  2. gebiedende wijs van afmatten

Werkwoord

vervoeging van
afmeten

mat af

  1. enkelvoud verleden tijd van afmeten
    • Ik mat af. 
    • Jij mat af. 
    • Hij, zij, het mat af. 


Gangbaarheid