massamens

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mas·sa·mens
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord massamens massamensen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

massamens m [1]

  1. (pejoratief) iemand die opgaat in een massa zonder eigenheid
     De allerlaatste discussie verliep tussen Diederik Boomsma, gemeenteraadslid van Amsterdam voor het CDA en vertaler en inleider van het boek De Opstand van de Massamens van José Ortega y Gasset, en Paul Cliteur, filosoof hier te lande. Het onderwerp was de seculiere tijd.[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

72 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Theodor Holman op Wikipedia “Binnenkort moet je je ideeën bij de Action halen” (17 januari 2017), Het Parool
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be