maskerade

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Maskerade1836.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • mas·ke·ra·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord maskerade maskerades
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

maskerade v [2]

  1. (feest) optocht met gemaskerde en verklede mensen
    • Ghost, verder bestaand uit anonieme muzikanten, de ‘nameless ghouls’ die spelen met gehoornde, zilveren maskers, zou hun theatrale maskerade makkelijk de hoofdrol kunnen laten spelen, maar dat is nergens voor nodig. De hoofdrol is nadrukkelijk weggelegd voor de ijzersterke songs van het sextet.[3] 
  2. schijnvertoning
    • ‘We zijn komen protesteren tegen de maskerade die deze verkiezing is’, aldus een van de manifestanten. ‘Alle belangrijkste kandidaten, Macron, Fillon, Le Pen, willen enkel maar het koninkrijk van de oligarchie tot in de eeuwigheid voortzetten, dat de macht inneemt en de rijkdom van de mensen afneemt. Er is een ernstige crisis rond de representativiteit in Frankrijk.’[4] 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. NRC Peter van der Ploeg 7 december 2015
  4. De Standaard 24/04/2017 door mg