maskerade
Uiterlijk

- mas·ke·ra·de
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘optocht van gemaskerden’ voor het eerst aangetroffen in 1600 [1]
- afgeleid van masker [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | maskerade | maskerades maskeraden |
| verkleinwoord |
- (feest) optocht met gemaskerde en verklede mensen
- Ghost, verder bestaand uit anonieme muzikanten, de ‘nameless ghouls’ die spelen met gehoornde, zilveren maskers, zou hun theatrale maskerade makkelijk de hoofdrol kunnen laten spelen, maar dat is nergens voor nodig. De hoofdrol is nadrukkelijk weggelegd voor de ijzersterke songs van het sextet.[4]
- schijnvertoning
- ‘We zijn komen protesteren tegen de maskerade die deze verkiezing is’, aldus een van de manifestanten. ‘Alle belangrijkste kandidaten, Macron, Fillon, Le Pen, willen enkel maar het koninkrijk van de oligarchie tot in de eeuwigheid voortzetten, dat de macht inneemt en de rijkdom van de mensen afneemt. Er is een ernstige crisis rond de representativiteit in Frankrijk.’[5]
- Het woord maskerade staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "maskerade" herkend door:
| 94 % | van de Nederlanders; |
| 91 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "maskerade" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ maskerade op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ NRC Peter van der Ploeg 7 december 2015
- ↑ De Standaard 24/04/2017 door mg
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Feest in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 94 %
- Prevalentie Vlaanderen 91 %