masculinum
Uiterlijk
- Geluid: masculinum (hulp, bestand)
- mas·cu·li·num
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘mannelijk geslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1584 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | masculinum | masculina |
| verkleinwoord | - | - |
het masculinum o
- (taalkunde) mannelijk woordgeslacht
- Het woord masculinum staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ "masculinum" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ masculinum op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
masculinum
- accusatief mannelijk enkelvoud van masculinus
- nominatief onzijdig enkelvoud van masculinus
- accusatief onzijdig enkelvoud van masculinus
- vocatief onzijdig enkelvoud van masculinus