marktplaats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • markt·plaats
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord marktplaats marktplaatsen
verkleinwoord marktplaatsje marktplaatsjes

Zelfstandig naamwoord

marktplaats v/m

  1. de locatie waar kopers en verkopers samenkomen in een stad
    • Den-Haag heeft een van de grootste marktplaatsen van Nederland. 
  2. een stad of dorp met een markt
    • Utrecht is altijd een belangrijke marktplaats geweest. 
  3. website waar vraag en aanbod bij elkaar komen
    • Marktplaats.nl, Koopplein.nl, Speurders.nl en 2dehands.nl zijn voorbeelden van bekende Nederlandse virtuele marktplaatsen.  
Synoniemen
  1. markt, marktplein

Meer informatie

Gangbaarheid