marien

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·rien
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van waarschijnlijk het Franse marin ‘zee-’, aan het Latijnse marīnus ‘betreffende de zee’, afleiding van mare ‘zee’[1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen marien mariener marienst
verbogen mariene marienere marienste
partitief mariens marieners -

Bijvoeglijk naamwoord

marien

  1. (geologie) (biologie) in of bij de zee voorkomend of daardoor gevormd
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

37 % van de Nederlanders
40 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl