mareridt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·re·ridt
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van de Deense zelfstandige naamwoorden mare en ridt
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   mareridt     mareridtet     mareridt     mareridtene  

Zelfstandig naamwoord

mareridt, o

  1. nachtmerrie
  2. (figuurlijk) eeen afgrijselijke conditie of ervaring
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

mareridt, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van mareridt