mantra

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·tra
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mantra mantra's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mantra m / o

  1. (religie) een gedicht, woord, uitspraak of een lettergreep die het midden houdt tussen een spreuk met magisch effect en een gebed
    • 'Hare Krishna Hare Krishna / Krishna Krishna Hare Hare / Hare Rama Hare Rama / Rama Rama Hare Hare' is een bekende mantra. 
  2. lijfspreuk in meer algemene zin van het woord
    • Michel opende de persconferentie met zijn mantra: jobs, jobs, jobs. De maatregelen willen voluit gebruikmaken van de aantrekkende economie. Op papier moet de verlaging van de vennootschapsbelasting een nuloperatie zijn, ongetwijfeld rekent de minister van Financiën op een toename van de activiteiten die potentiële tekorten dichtrijden. Optimisme voert de boventoon.[3] 
    • Die conclusie past in het beeld dat Chinezen hebben van de Steentijd. „Lokale continuïteit is altijd het mantra geweest van Chinese antropologen”, zegt de Franse Neanderthalerexpert Jean-Jacques Hublin, die niet bij het onderzoek betrokken was. „Veel geloven er nog altijd dat moderne Chinezen afstammen van Aziatische Homo erectus.” En dus niet van de later uit Afrika vertrokken Homo sapiens. DNA-onderzoek aan moderne Chinezen heeft dat Chinese idee overigens al ontkracht. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen