mantisse
Uiterlijk
- man·tis·se
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘decimale breuk van logaritme’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1919 [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | mantisse | mantissen |
| verkleinwoord | - | - |
- (wiskunde) decimale breuk van een logaritme
- Het woord mantisse staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "mantisse" herkend door:
| 25 % | van de Nederlanders; |
| 36 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "mantisse" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ mantisse op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Wiskunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 25 %
- Prevalentie Vlaanderen 36 %