mansdik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mans·dik
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen mansdik
verbogen mansdikke
partitief mansdiks

Bijvoeglijk naamwoord

mansdik

  1. zo dik als een man

Gangbaarheid

64 % van de Nederlanders;
49 % van de Vlamingen.[1]


Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be