manschappen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·schap·pen
enkelvoud meervoud
naamwoord - manschappen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

manschappen mv

  1. (militair) de soldaten of matrozen die een legermacht uitmaken
    • Die demarcatielijn kwam precies overeen met de lijn die de officieren scheidde van de manschappen. [1] 
    • Hij besloot meer manschappen in te zetten. 
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

manschappen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord manschap


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Lemaitre, Pierre Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 12