mannetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • man·ne·tje
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van man met het achtervoegsel -etje dat verkleinwoorden vormt

Zelfstandig naamwoord

mannetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord man
  2. dier van het mannelijk geslacht
    • Het mannetje zoekt een vrouwtje. 
  3. iemand van het mannelijk geslacht die tegen betaling klusjes verricht
     'Vroeger had ik een mannetje in dienst om het verkeer op de parkeerplaats te regelen.[1]
  4. getekende menselijke figuur
Verwante begrippen
Spreekwoorden
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Peter Giesen “Route Nationale 7, leuker dan de Route du Soleil” (30 juli 2014), de Volkskrant